Ik ben professional en maak me zorgen
Je maakt je zorgen over de thuissituatie van iemand waar je beroepsmatig mee te maken hebt, waar (mogelijk) sprake is van huiselijk geweld of kindermishandeling. Vaak gaat het om problemen die al langer bestaan en die ze niet zonder hulp van anderen kunnen oplossen.
Het kan ook gaan om vermoedens: je denkt dat mensen of kinderen niet veilig zijn, maar je weet het niet zeker. Misschien vind je het lastig om te bedenken wat je kunt doen. Bij Veilig Thuis kun je terecht voor advies of voor het doen van een melding.
Huiselijk geweld en kindermishandeling komen vaak voor, op alle leeftijden en in alle culturen. Als je je zorgen maakt om de veiligheid van een kind, een volwassene of een oudere in jouw omgeving is het belangrijk dat er hulp komt, want het geweld stopt niet vanzelf.
Dit kun je doen
De Meldcode
Als professional heb je de verantwoordelijkheid om te zorgen dat hulp op gang komt. Daarbij gebruik je de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling.
De meldcode is een overzichtelijk vijfstappenplan, waarin staat wat van jou als professional wordt verwacht als je vermoedens hebt van huiselijk geweld of kindermishandeling.
Sinds de invoering van deze meldcode, werkt jouw beroepsgroep met een eigen afwegingskader. Dit afwegingskader beschrijft wanneer een melding noodzakelijk is en hoe goede hulp eruit ziet.
- Spoed? Neem zo snel mogelijk telefonisch contact op voor overleg! Dit is noodzakelijk om bij acute onveiligheid snel te handelen.
- Geen spoed, wel zorgen? Doorloop dan eerst het stappenplan van de meldcode. Telefonisch overleg met Veilig Thuis is in elke stap van de meldcode mogelijk én wenselijk.
-
1. Breng signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling in kaart Breng de signalen in kaart die een vermoeden van huiselijk geweld of kindermishandeling bevestigen of ontkrachten en leg deze vast. Beschrijf de signalen zo feitelijk mogelijk. Je kunt hierbij gebruik maken van bijvoorbeeld de signalenkaart van Kadera op signalenkaart.nl.
Doe de kind-check: vraag bij volwassen cliënten altijd na of er minderjarige kinderen aan hun zorg zijn toevertrouwd en ga na of deze kinderen veilig zijn.
-
2. Overleg met collega's en zo nodig ook met Veilig Thuis Bespreek met een deskundige collega of met Veilig Thuis je zorgen en vermoedens, bevindingen en eventueel waargenomen letsel.
Denk je dat er sprake kan zijn van eer gerelateerd geweld, huwelijksdwang, seksueel geweld of meisjesbesnijdenis? Neem dan altijd contact op met Veilig Thuis!
-
3. Praat met de direct betrokkenen Als wij spreken van ‘direct betrokkenen’, dan bedoelen wij de personen die direct zijn betrokken bij het (vermoeden van) huiselijk geweld en/of kindermishandeling.
Het gaat dan om de vraag: “Wiens belangen worden door de gemelde zorgen geraakt”? Naast degenen die dit geweld (vermoedelijk) begaan of ondergaan, kunnen ook andere leden van het huishouden direct betrokkene zijn. Dat is vaak het geval. Dat kan ook in de situatie dat zij op enige afstand staan, zoals: ex-partners, huisvrienden, of kinderen die bij de andere ouder wonen.
Ouders die met gezag zijn belast, zijn altijd direct betrokkene als hun minderjarige kind dat is. Kortom: omdat het gaat om verbanden binnen de huiselijke kring, wegen we in iedere situatie zorgvuldig af wie de direct betrokkenen zijn.
Soms is het lastig of niet mogelijk om alle direct betrokkenen te spreken, wat dan? Als uitgangspunt geldt dat je je passend moet inspannen om de betrokkenen te spreken over jouw zorgen. Wat passend is, dat verschilt per situatie. Daarover kan Veilig Thuis je adviseren.
Wat kun je doen als het gesprek mogelijk een bedreiging vormt voor je veiligheid, of die van een collega of direct betrokkene? Alleen als dit risico aannemelijk is op grond van feiten of concrete omstandigheden, dan mag je Stap 3 overslaan
Een goede onderbouwing is belangrijk. Betrek Veilig Thuis bij het afwegen van de betrokken belangen.
Als je overweegt om niet alle directbetrokkenen te spreken, neem dan éérst contact op met Veilig Thuis om de situatie te bespreken
-
4. Weeg de aard, ernst en risico Weeg de aard, ernst en het risico op kindermishandeling en huiselijk geweld. Dit doe je op basis van de signalen, het advies en het gesprek met je cliënt of patiënt. Gebruik hierbij het afwegingskader van je beroepsgroep. Vraag bij twijfel advies aan Veilig Thuis.
-
5. Beslis: Is melden nodig? Is hulpverlening nodig? Heb je de indruk dat de situatie acuut of structureel onveilig is? Dan doe je een melding bij Veilig Thuis en beslis je samen welke hulp je kunt organiseren.
Ook als iemand je zelf vertelt dat hij of zij te maken heeft met huiselijk geweld of kindermishandeling, doe je altijd melding bij Veilig Thuis.Bespreek je melding eerst met je cliënt (vanaf 12 jaar) of met de ouder (als je cliënt nog geen 16 jaar oud is).
Cliënt heeft bezwaar?
Heeft je cliënt bezwaar tegen de melding? Weeg de bezwaren af tegen de noodzaak om de veiligheid van je cliënt en diens gezinsleden te borgen. Meld dan je zorgen bij Veilig Thuis en overleg wat je na de melding zelf nog kunt doen om je cliënt en zijn gezinsleden te blijven ondersteunen.
Femicide: herken de rode vlaggen!
Femicide betekent dat een vrouw wordt gedood, simpelweg omdat ze vrouw is. Haar (ex-)man beslist dat zij niet meer mag leven. Dat is heftig en onvoorstelbaar.
Het is heel belangrijk dat hulpverleners bepaald gedrag leren herkennen. Want als je op tijd ziet wat er gebeurt, kun je ingrijpen. En dat kan levens redden.